Bekijk hier de tentoonstelling met de kunstenaar als gids.
Omwille van de veiligheidsregels werd de tentoonstelling in de bib omgegooid. Om het éénrichtingsverkeer van de tentoonstelling te respecteren werd beslist dat dit deel van de tentoonstelling vanuit de tegenovergestelde richting moest beginnen. Dat had grote gevolgen voor de leesbaarheid van het verhaal. Hier wordt de oorspronkelijke opzet van het verhaal gerespecteerd. De geschreven cataloog die op de tentoonstelling te verkrijgen is en in het Oud-Nederlands, de taal van het Ros zelve, is geschreven, is aanvullend bij dit verhaal
Het Ros leeft !

Dit is Rebeka Thienpont. Zij is de assistent van Prof Kabriç, de oprichter van erfgoedcel Psychologie.
Zij kreeg de opdracht onderzoek te doen naar een teruggevonden brief uit een programmaboekje van 1952.

Ter info : Dit is Prof Kabriç, de oprichter van erfgoedcel Psychologie. Prof Kabriç besefte dat er heel weinig kennis overgeleverd werd van het “gewone volk”. Hij besloot daar verandering in te brengen en verzameld nu in erfgoedcel portretten en persoonlijke verhalen van de gewone man in de straat. De geportretteerde vertelt een gebeurtenis die hem/haar nauw aan het hart ligt, of die in zijn leven een plotse wending gaf. Deze getuigenissen worden bewaard voor de komende generaties en zullen op termijn een weerspiegeling geven van de maatschappij waarin we leven. Op deze site kan U een groot deel van deze getuigenissen ontdekken.

Dit is het programmaboekje waarin de brief werd teruggevonden. De brief waarin het Ros beweerde het eeuwig leven te hebben, betekende het begin van dit baanbrekend onderzoek. Het verschaft ons een ongekende bron aan kennis uit het verleden, overgeleverd uit de eerste hand !
Het is vanzelfsprekend dat iedere vertelsessie van het Ros vòòr publicatie door Mevr. R. Thienpont op authenticiteit wordt gecontroleerd. Ook het geheugen vertoont soms hiaten of verkeerde percepties, vooral wanneer het zo oud is als dat van het Ros.

Het Ros vertelt :
(Dit is overigens een uniek recent portret van het Ros . Het Ros wenst verder ook niet zelf in het daglicht te treden. Uit dankbaarheid voor de manier waarop wij zijn getuigenissen publiek maakten op de tentoonstelling, staat hij dit eenmalige portret toe)
In 620 wordt Prins Salvart van Dijon uit Frankrijk verdreven door de Franse koning. Hij vlucht naar Engeland met zijn zwangere echtgenote, Ermengarde van Rousillon, en zijn trouwste soldaten. Tijdens een adempauze in Rijsel (vroeger gekend onder de naam lisle-Lez-Buc) komt hij echter in het vizier van de meedogenloze reus Finard, die hen van op zijn burcht (deze burcht is de huidige Mauritiuskerk) met pijlen bestookt. Een groot gevecht breekt los. De soldaten van de Prins vechten met ijzeren pijlen, gedoopt in een gif ( in de ondergrond rond de burcht, de huidige Mauritiuskerk, werden enkele mooie exemplaren teruggevonden.) Het gif had echter een onverwachte uitwerking op de reus. De giftige pijlen bezorgden hem helse pijnen, waardoor hij zo woest werd dat hij het hele gezelschap uitmoordde. Alleen Ermengarde kon nog vluchten in het donkere woud.
Ermengarde vluchtte in het donkere moerassige woud. Ze was iedere oriëntatie kwijt. Ze jammerde en klaagde, liep van links naar rechts, in cirkeltjes rond, ze viel over boomstronken, belandde in het zompige moeras en was de wanhoop nabij. Gelukkig was Chlutilde in de buurt.


Hoewel er in dit onderzoek over Chluthilde nog geen schriftelijk bewijs werd teruggevonden, vermoeden wij wel dat ze bestaan heeft. Mensen als Chlutilde werden omwille van hun wijsheid en grote kennis vaak verdacht van bizarre praktijken en daardoor ook geweerd uit de maatschappij. Vaak wordt enkel wanneer het lot hen naar de brandstapel leidde, enige schriftelijke informatie over hun bestaan overgeleverd. Er bestaan wel verhalen over Kludde, in het tweede luik van deze tentoonstelling is zowaar een voorstelling terug te vinden van Clut’ah, de keltische afgod en voorouder van de demonische kludden (zie tentoonstellingscataloog). Het zou ons niet verbazen wanneer we in de toekomst enige verwantschap ontdekken tussen cluthilde en Clut’ah.
Chlutilde hoorde het gejammer van Ermengarde en snelde ter hulp. Chlutilde was een verstandige vrouw, in vele werelden thuis. Ze leefde in de bossen, deinde op het binnenstromende water. Ze begreep de getijden, was thuis zowel op het land , het moeras als in de diepte der zeeën. Ze had zich verdiept in de kruiden en kende hun genezende kracht alsook hun venijnige bijwerkingen. Dat maakte haar voor sommigen de engelbewaarder in levende lijve maar voor anderen met een slecht geweten tot een heks, of zoals het Ros het steeds weer noemt ” een hagetisse”. Zij bracht soelaas voor de arme Ermengarde, die alleen in het bos lag te wachten op een gewisse dood. Chlutilde hielp haar bij de bevalling van een zeer grote zoon! Dit kind zal de eerste graaf van Vlaanderen worden.

Hoe graag Chlutilde ook mensen ter hulp kwam, de zorg voor moeder en kind wilde zij niet op haar nemen. Iets verderop in het woud woonde Childeriek, de kluizenaar. Chlutilde bracht hen naar hem. Hij zag het als Gods taak de ongelukkigen te helpen.
De pasgeboren zoon had nog geen naam gekregen. Hem naar zijn vader noemen, zou gevaarlijk kunnen zijn, daarom werd het kind uit dankbaarheid naar de kluizenaar vernoemd.
Chlutilde was echter argwanend. Was Childeriek wel de beste keuze om vrouw en kind bij achter te laten?
De kluizenaar was goed van aard en zou geen vlieg doden, maar net deze eigenschappen zouden bijzonder nefast kunnen zijn in precaire omstandigheden.
Chlutilde besloot een extra hulp in te schakelen. Een eind verderop bevond zich een groep wilde paarden. Een daarvan beviel haar zeer. Ze keek in zijn ogen en zag zijn zachte, betrouwbare aard. Het was een jong veulen, alert voor ieder geluid in het bos, springlevend en zeer soepel en wendbaar. Misschien wat aan de iele kant, maar niets waaraan niet kon gewerkt worden. Ze bracht het veulen mee naar het huis van de kluizenaar.
Hier is het dat het Ros zijn intrede doet in de geschiedenis !

Chlutilde prepareerde een bijzonder drankje voor het Ros. Enkele druppels van dit drankje zouden volstaan om van dit iele paard een beresterke evenknie te maken. Het Ros vond het drankje zo lekker dat hij het niet bij enkele druppels hield, maar zowaar het hele flesje leegdronk !
Het Ros werd daardoor heel sterk en onoverwinnelijk. Zelfs pietje de dood kan de strijd met het Ros niet aan. Zo gebeurde het en dit is de reden waarom het Ros eindeloos blijft leven. Tot ons aller verbazing dus niet enkel in het hart, maar ook in de realiteit.

Dit is het glazen flesje waarin het mysterieuze elixir zat.
C14-datering bepaalde dat dit flesje ten vroegste uit begin zesde eeuw stamt en het zou naar alle waarschijnlijkheid van Romeinse makelij zijn.
Het Ros heeft dit flesje zelf zijn hele leven bewaard en nu uitzonderlijk aan ons in bruikleen gegeven.Wij, van erfgoedcel psychologie, zijn het Ros hiervoor bijzonder erkentelijk.
Bij contract werd echter vastgelegd dat het ons ten strengste verboden is, de restanten in het flesje aan een onderzoek te onderwerpen. Het Ros wenst niemand een uitzichtloos en ondraaglijk eenzaam eeuwig leven toe.

Als jong veulen groeide het Ros op met Childerick. Ze werden de beste vrienden. Het Ros beschermde hem zijn hele leven lang. De dood van Childerick betekende een groot verlies voor het Ros. Een gemis dat hij zijn hele verdere leven, ook nu nog, meedraagt.
Het Ros trok rond in het Vlaamse landschap en vereenzaamde. Had hij Karel Martel niet ontmoet, dan zou hij zonder twijfel mensenschuw geworden zijn.

Karel Martel was een buitenechtelijk kind van Pepijn van Herstal, de maior domus van Austrasië. De echtgenote van Pepijn, Plectrudis, had een hekel aan Karel en bij uitbreiding aan alle andere buitenechtelijke kinderen van haar man. Zij zou de macht nooit uit handen geven. Wanneer Pepijn van Herstal zijn hoofd erbij neerlegde, kon Plectrudis Karel Martel niet snel genoeg in de kerker van Keulen laten opsluiten.

Dit bleek strategisch een bijzonder slechte zet. De maior domus van Neustrie rook de zwakheid van haar leiderschap en sloot een verbond met de koning van de Friesen. Samen zouden zij Austrasië kunnen verslaan, vooral nu de enige capabel geachte verwant zelf achter de tralies was beland. De aanval was ingezet. Austrasië dreigde alle macht te verliezen.
Gelukkig waren er nog enkele notabelen die de dwaasheid van Plektrudis inzagen en Karel zo snel mogelijk bevrijdden. Het kwaad was echter al geschied. Het is hier op dit moment dat Karel de strijd verloor. Moge het wel gezegd worden dat dit de enige strijd was die Karel ooit verloor en dat dit voornamelijk te wijten was aan het gebrek aan tijd om een goede krijgsmacht samen te stellen. Maar Karel zou niet Karel Martel geworden zijn, als hij ook deze gebeurtenis niet wist om te buigen in zijn voordeel.
De aanvallers hadden de schatkist van Austrasië al in handen, maar overmoed leidt naar de ondergang. Karel veinsde de vlucht, maar de krijgers van Neustrië wilden hem en zijn gevolg een lesje leren. Ze waren zich niet bewust van de hinderlaag in het verschiet. Dit leidde tot de veldslag van Amel in de Ardense bossen. De eerste van vele veldslagen die Karel Martel tot de overwinning brachten
Als bij toeval zag het Ros de hele veldslag van Amel voor zich uitrollen. Verscholen tussen de struiken in het dichtbegroeide bos, keek hij toe hoe soldaten werden afgeslacht en hoe Karel Martel de schatkist weer in handen kreeg. Karel zocht in de bossen naar enkele stevige takken waarmee de schatkist kon versleept worden. Toen stonden het Ros en Karel plots oog in oog. Beiden zagen dat het goed was. Het Ros had weer een vriend, een meester voor het leven. Eerst werd hij ingezet om materialen te verslepen. Karel Martel zag al vlug in dat hij meer waarde had dan dat. Het Ros werd het persoonlijke paard van Karel.
Zo gebeurde het ook dat het Ros aanwezig was bij de slag van Poitiers in 717. De slag der slagen tegen de Arabieren. De slag die Karel tot beschermheer van Europa maakte.

Karel had vooral een goed verdedigende infanterie. Strijdpaarden kwamen toen nog niet veelvuldig voor. Althans niet in het Westen. De Arabieren waren allen te paard. Karel zag en concludeerde dat dat veranderen moest.
Ook de uitvindingen van de stijgbeugel heeft waarschijnlijk bijgedragen tot de toename van paarden in de strijd. Een paard bestijgen kon dankzij deze kleine uitvinding, in een mum van tijd gebeuren. Geen nood meer aan opstapjes of hulp van derden!
Karel Martel stierf in 741. Wederom werd het Ros aan zijn lot overgelaten. Niemand die zich er van bewust was dat dit paard zijn meester overleefde. Hij kwam in de hofhouding van Pepijn de Korte terecht.

Pepijn de Korte volgde zijn vader op als hofmeier van Austrasië. Het Ros had geen al te goede band met Pepijn de Korte. Hij was een geducht tegenstander, dat mag gezegd ! Iedere regel lapte hij aan zijn laars. Hij was de macht, hij was het recht. Zelfs de koning van Austrië kreeg hij op zijn knieën. In 751 werd hij tot koning gekroond. De merovingische dynastie werd voorgoed vervangen door de Karoligische.
Had het Ros niet vertederd geweest door de komst van Kareltje (de latere Karel de Grote, maar door het Ros steeds Kareltje genoemd) dan had hij waarschijnlijk zijn toevlucht elders gezocht .
Over de jeugd van Karel de Grote is heel weinig geweten. Dat is tenminste wat in ieder geschiedenisboek geschreven staat.
Het Ros vertelde dat Karel de Grote, samen met zijn broer Karloman op jonge leeftijd het ouderlijk huis verliet. Ze werden overgebracht naar het klooster van Saint Denis, waar abt, en later bisschop Fulrade heer en meester was. Bisschop Fulrade was een aimabel man.

Karel de Grote leerde heel veel van zijn leermeester, de Eerwaarde Heer Fulrade. Hij is het die er bij Karel inprentte dat we allemaal niet zoveel van elkaar verschilden en dat we allemaal; Christenen, Joden zowel als Arabieren met elkaar moeten leren samenleven. Het Ros verzekerde dat dat toen een bijzonder vrijzinnige gedachte was, waarvoor menig ander op de brandstapel zou zijn beland. Ook al aanbidden we allen dezelfde God.

Toen Fulrade ziek werd, liet karel de Grote een beeld maken voor zijn geliefde leermeester. Dit beeld werd gemaakt uit Vlaamse aarde, als herinnering aan zijn afkomst. Het werd vervaardigd door één van de meest bekwame ambachtslieden uit die tijd.
Het Ros beweert dat dit beeld vooral bedoeld was als een teken van de nooit uitgesproken aanvaarding van zijn natuurlijke aard. Fulrade was volgens het Ros namelijk niet van het mannelijke geslacht. Hij was een zij. Maar vrouwen in die tijd hadden geen enkele waarde en daarom besloot Fulrade als man door het leven te gaan.

De hele geschiedenis zit nog veel ingewikkelder in elkaar en wordt momenteel tot in detail onderzocht, vooraleer verdere details worden vrijgegeven. De aanwezigheid van een bisschop met borsten, laat vermoeden dat enige waarheid achter de uitleg schuilgaat. Wanneer het hele verhaal op waarheid onderzocht is, kan u onder de rubriek Nieuwe verhalen, de hele toedracht vernemen.
Ook al had Karel de Grote dit werk met de beste bedoelingen laten maken , het zou ongetwijfeld kwaad bloed gezet hebben bij een groot deel van de toenmalige bevolking. Om de herinnering aan de Eerwaarde Heer Fulrade eervol te houden, besloot het Ros dit beeld na de dood van Fulrade voor altijd met zich mee te dragen, opdat dit geheim bewaard zou blijven.
Tijden veranderen. Het Ros vindt deze gedachte nu, eeuwen later, achterhaald. Meer zelf hij ziet het als zijn taak deze geschiedenis aan iedereen kenbaar te maken om de vrouw in haar eer te herstellen. Te meer er ook reeds eerder werd bekend gemaakt dat er ooit een vrouwelijke paus aan de macht was.
Karel de Grote werd op kerstmis 800 tot keizer gekroond door Paus Leo

Ook het Ros was aanwezig op deze viering en weet ons meer te vertellen dan dat wat eigenlijk in de kronieken terug te vinden is.
Karel de Grote was namelijk niet op de hoogte gebracht dat deze ceremonie zou plaats vinden. Ook hij had er het raden naar of dit om een impulsieve ingeving van de paus ging (bacchanalen waren ook hier helaas niet onbestaande) of dat het met voorbedachte rade volledig in scène was gezet. Hoe het ook zij, geen van beide redenen waren aanvaardbaar voor Karel de Grote. Toch onderging hij deze ceremonie gelaten en met enige vroomheid. Naar de buitenwereld toe was dit één van de mooiste momenten van het leven.
Het Ros hoorde het gesprek dat Karel de Grote met één van zijn gezanten voerde na de ceremonie. (Men kon het moeilijk niet horen!)
Karel de Grote was razend omdat paus Leo hem in een bijzonder moeilijk parket bracht. Hij werd tot keizer gekroond om de druk op te voeren tegenover de Byzantijnse keizerin Irene. Paus Leo was er als de dood voor te moeten gehoorzamen aan een vrouw, en was zowaar bereid de kwetsbare en wankele eenheid van het Romeinse rijk hiervoor op te geven. Plots stond een grote oorlog voor de deur. Een oorlog die Karel de Grote niet wou voeren en bovendien aangedreven door een kwestie, die hij ongetwijfeld niet ter harte kon nemen.
Maar de feiten waren wat ze waren. Karel de Grote zou de titel keizer niet waardig zijn, als hij geen actie ondernam. Hij stuurde zijn joodse gezant Isaac naar Haroen ar-Rashid, de kalief van Bagdad om te onderhandelen en een samenwerkingsverbond te sluiten in geval een oorlog zou uitbreken. Hoewel er over de verbondenheid tussen Karel en Haroen heel weinig is geweten,veranderde veel voor het Ros.
Toen Isaac terugkeerde uit Bagdad, was hij overladen met geschenken. Het meest merkwaardige geschenk was ongetwijfeld de witte olifant !

Abul Abbas dat was zijn naam. Een olifant was in Europa onbestaande. U kan zich voorstellen wat voor een impact zo een gevaarte had ! Karel koos ook vaker voor Abbul wanneer hij ten oorlog trok en het Ros bleef verweesd achter in de stallen.
Ridder Haymyn, een vazal van keizer Karel maakte handig gebruik van deze situatie. Haymyn was in eerste plaats een ridder, maar fokte ook paarden in bijberoep. Hij had zijn oog al langer laten vallen op het Ros.
Keizer Karel stelde zijn veto. Aan zijn paard werd niet geraakt !
Het gebeurde in 804, op het moment dat Keizer Karel ten strijde trok, het Ros nam een welgekomen rustpauze in de keizerlijke stallen. Plots voelde het Ros zich wankel worden, hij kon het evenwicht niet vinden. De wereld rondom hem begon te draaien, alles werd donker, een doffe val en verder niets meer.
Het Ros werd ontvoerd door Haymyn, vazal van Keizer Karel en echtgenoot van Aye, de zus van Keizer Karel. Met man en macht sleurden ze het Ros op een grote kar die ze in de donkere nacht wegsleepten naar een oude vergeten burcht.
Het duurde dagen vooraleer het Ros weer een teken van leven gaf. Iedere dag kwam Haymyn een kijkje nemen en gaf het Ros een paar rake klappen om hem bij bewustzijn te krijgen. Het Ros liet alles gebeuren, voelde zich dagenlang tussen twee werelden hangen, zag zijn hele geschiedenis aan zich voorbij gaan en toen hij terug dacht aan zijn eerste goede vriend Chielderik voelde hij iemand zacht over zijn neus aaien. Hij deed zijn ogen open en keek in bekende ogen.

was dat childeriek?……………………………..
Het Ros vertelde, ook nu weer met een ongekende uitbundigheid,” het was net Childeriek die ik terug zag ! Ik dacht, ik ben terug gekatapulteerd in de tijd. Ik zag zijn ogen, hetzelfde warrige haar, dezelfde glimlach en onbezonnenheid. Het was de jeugdige Childeriek. ”
Het Ros kroop recht, keek diep in de lachende ogen, sprong recht, doorbrak de koorden waarmee hij vastgepind lag op de grond, kopte zijn hoofd tussen Chielderik’s benen en lanceerde hem door de lucht tot hij boven op de rug van het Ros terecht kwam.
Toen pas zag hij waar hij zich bevond. Een oude burcht ? Hij werd bekeken door zo veel ogen, de jongeman op zijn rug was niet Childeriek. Hij was zachtaardig, dat wel, maar het was niet zijn oude vriend…..
Het Ros weet hoe Haymyn deze hele gebeurtenis naar zijn hand zette en zo de geschiedenis voor altijd verdraaide en vervalste. Haymyn vertelde aan iedereen die het horen wilde dat het Ros een wild paard was, dat door niemand bereden kon worden. Hij vertelde dat zijn zoon Reinout zo sterk was dat hij het beest ( het Ros dus) met een handomdraai temde. Zo was het dus niet! Integendeel. Reinout was een mager maar tenger knaapje, die zijn vader allicht nooit zou overleven. Er zijn genoeg verhalen bekend waaruit het gewelddadige karakter van Haymyn blijkt. Er is een reden waarom de vier kinderen van Haymyn verborgen in het klooster opgroeiden!
De reden waarom het Ros bij Reinout is gebleven, was omdat hij zo veel overeenkomsten zag met Childeriek, dat het haast niet anders kon dan dat hun ontmoeting met voorbedachte bedoelingen van hier boven was gebeurd. Het Ros bleef bij Reinout in de eerste plaats om hem te beschermen tegen zijn wrokkige vader.

Dit is Aye, de moeder van Reinout.
Zij had vier kinderen van Haymyn.
Zij was ook de zus van Karel de Grote
Het Ros vertelt, en zo staat het ook neergeschreven in “De historie vanden vier heemskinderen” van 1430, dat Haymyn na een lange vete met Karel de Grote uiteindelijk de strijd bijlegde. Karel de Grote bood als zoenoffer zijn jongere zus Aye aan. Op de bruiloft zelf werd alweer opnieuw ruzie gemaakt en Haymyn vervloekte het hele nageslacht van Karel de Grote. Aye, de zus van Karel hoorde wat haar kersverse echtgenoot net had geroepen en besloot toekomstige kinderen voor haar echtgenoot geheim te houden.

Het Ros vertelde nog enkele andere anekdotes over Aye. Tijdens de opstelling van de tentoonstelling waren deze nog niet op authenticiteit gecontroleerd en konden dus niet in de tentoonstelling opgenomen worden. Inmiddels heeft ook dit verhaal, en mag ik zeggen, toch wel een verhaal met een romantische twist, wel zijn fiat gekregen. U kan het verhaal van Aye lezen op de pagina van de “nieuwe verhalen”
Ook het hele verdere relaas van de legende van Ros Beiaard is een verzonnen versie van Haymyn. Het Ros begrijpt ook niet dat die legende niet eerder aan historische feitenkennis werd getoetst.
In de legende wordt gezegd dat Karel de Grote woedend was omdat Reinout zijn zoon Lodewijk de Vrome om het leven zou hebben gebracht na een spelletjes schaak.
-Het Ros weerlegt dit volledig.
-Reinout speelde nooit schaak !
-Lodewijk de Vrome is niet vroeg gestorven. Integendeel hij volgde zijn vader op als keizer van het Roomse Rijk
-De woede van Karel de grote was niet omwille van een moord maar omdat Haymyn hem op listige wijze zijn paard had ontstolen .
-Daarenboven was Abul Abas, de witte olifant net voordien plots, heel onverwacht dood neergevallen. Karel de Grote miste zijn trouwe paard !

Abul valt dood
Het Ros had veel respect voor Karel de Grote en zou hem altijd trouw gebleven zijn, ware het niet dat Reinout zijn hulp beter kon gebruiken.
Samen met Reinout bedacht het Ros een sluw plan om iedere te misleiden en de vete tussen Haymyn en Karel de Grote te beslechten. Het Ros dat dus niet sterven kan, zou doen alsof het verdronk in de schelde. Hij zou spartelen en krijsen, zo hard en luid dat iedere bewoner van de stad getuige zou kunnen zijn van zijn vreselijke einde.

In realiteit zou hij dan duiken naar de bodem van de schelde, een dikke steen onder zijn buik vastbinden en onder water een heel eind verder stappen. Daar waar niemand meer aanwezig was zou hij terug boven water komen. Op die plaats sprak hij af met Reinout.
Reinout was op de hoogte van het plan, en voerde ook zijn deel van het theater op. Reinout deed alsof hij van consternatie het bewustzijn verloor, wanneer hij terug bij zinnen zou komen, zou hij van iedereen afscheid nemen en als een Heremiet het woud intrekken.
De twee hadden vooraf afgesproken waar ze elkaar zouden weerzien en vertrokken dan samen de weide wereld in. Op weg naar nieuwe avonturen….

Projectnaam
Een beschrijving van het project en het uiteindelijke resultaat.















